1. Monotoontje - deel 2
    (13 juni 2020)
  2. Monotoontje - deel 1
    (06 juni 2020)
  3. Wat doen we met de Chinees
    (22 februari 2020)
Monotoontje - deel 2
leestijd: 7 min

4 Die dag lag de kantine bezaaid met papiersnippers. De vier versnipperaars knorden onophoudelijk. Studenten stonden in de rij om de nieuwe Monotoontje aan de vergetelheid toe te vertrouwen. Kees stond erbij, met zijn hoed op. 'Alles voor de kindertjes in Afrika', zei hij. De hoofdredacteur van Monotoontje, Roeland Betjeman, stond er op een afstand zwijgend naar te kijken. Hij zag hoe sommigen ook gelijk de oudere Monotoontjes maar meenamen, waren ze daar ook maar weer van af. Het deed pijn. Natuurlijk waren er ook studenten die de hele actie van mijn vriend Kees en zijn vrienden belachelijk vonden en niets met die brutale rotjongens te maken wilden hebben, maar zij waren helaas in de minderheid. Die het nog moeilijk had ook, want ze werden op hun niet-actiebereidheid aangesproken. Men vond hun anti-snipperhouding asociaal. Zestig procent van de oplage verdween ongelezen in de blauwe afvalzakken. Maanden later, toen alles al lang achter de rug was, werden er nog snippers teruggevonden onder de verwarmingsradiatoren in de kantine.

De redactie van Monotoontje had een nieuwe strategie bepaald. Toen bleek dat DE BREKER niet met redelijke woorden te bestrijden was, besloot de redactie tot een stilte. De anders zo praatgrage redactieleden repten met geen woord over de hele kwestie, in de hoop dat DE BREKER het dan wel voor gezien zou houden.

Helaas. De nieuwe aflevering van DE BREKER kopte:

WAT SNEU!
HEEFT MONOTOONTJE ZIJN MONDJE VERLOREN?

Daaronder een artikel waarin de redactieleden werden neergezet als 'bibberende geitjes, die in het warme huisje van hun moeder heel wat voor dachten te stellen, maar die door hete echte leven verpletterd werden'.

DE BREKER werd hoe langer hoe populairder. Adverteerders begonnen uit zichzelf te vragen naar mogelijkheden om hun advertenties op de muurkrant te plaatsen in plaats van in de al tientallen jaren bestaande en gerenommeerde schoolkrant. Sommige redactieleden zeiden zachtjes tegen elkaar dat ze best ook wel voor DE BREKER wilden werken. De populariteit sprak ze aan. Kwaliteit is mooi, maar je moet natuurlijk wel gelezen worden, zo begon men te redeneren. En bovendien, is veel gelezen worden eigenlijk niet de definitie van kwaliteit? Op lerarenbijeenkomsten werd beschaafd gegniffeld om de streken van de jongens van DE BREKER, vooral door docenten die niet in de artikelen te grazen werden genomen. Gebezigde termen als 'Wat sneu!' werden niet alleen door de studenten overgenomen, je hoorde die kreet ook af en toe in de docentenkamer.

(Ik moet je zeggen dat ook ik in die tijd mijn vriend Kees benaderde. Ik had een verhaal geschreven en ik vroeg hem of hij het wilde lezen, met de bedoeling het te publiceren. Toen hij het aantal pagina's zag begon hij zwaar te zuchten. Hij las een alinea, greep naar zijn hoofd, zuchtte nog eens, las een tweede alinea, wreef in zijn ogen en zei: 'Het spijt me, maar dit is intellectuele bagger. Misschien moet je daarmee naar een vrouwendichtclub of zo, ik heb het hier te druk hiervoor. Jij denkt dat het over mooi schrijven gaat. Maar daar gaat het helemaal niet over. Je moet ervoor zorgen dat er wat gebeurt. Dat je iets veroorzaakt! Niemand leest om iets te lezen.' Ik was teleurgesteld, maar ik moest hem ergens wel gelijk geven).

Een maand later, een maand van onophoudelijke schimpscheuten en verdachtmakerijen, afgewisseld met flauwe moppen, belachelijke scheldrijmpjes en af en toe een werkelijk goede zin, werd er bij de ouders van Kees aangebeld. Kees deed open. Het regende. Roeland Betjeman stond op de stoep. Zijn gezicht was kletsnat en niet alleen van de regen.

5
'In Godsnaam man', jammerde Roeland Betjeman. 'Wat wil je nou?'
Kees had zijn hoed niet op omdat hij thuis was. Hij stond met zijn zij tegen de kleine radiator in de gang, terwijl Betjeman zo langzamerhand totaal doorweekt raakte.
'Wat ik wil', grinnikte Kees zonder het minste gebaar te maken dat hem uit zou nodigen binnen te komen, 'is niks.'
'Niks?' bibberde Betjeman. 'Jij bent onze krant aan het kapotmaken en je wil er niks mee?'
'Voor zover ik weet niet. Ik zou het niet weten. Hoezo?'
'Je bent niet op zoek naar een betere positie? Kunnen we op een of andere manier niet iets doen waardoor je je bij ons comfortabel gaat voelen?'

Kees keek Roeland strak aan.

'Ik bedoel', ging Roeland aarzelend verder, 'je bent bij ons niet netjes behandeld, dat geef ik toe. We hebben de tijd en de sfeer op school misschien wat verkeerd ingeschat. Jij had gelijk, wij waren fout. Zou je niet weer zitting willen nemen in onze redactie? We beloven dat je een behoorlijke stem in de besluitvorming gaat krijgen.'
'Tja', zei Kees. Het regende al hard, maar nu scheurden de wolken helemaal open. Het waren geen druppels meer die vielen, maar het was alsof iemand een enorme kraan had opengezet. 'Ach, wat zal ik zeggen. Ik weet het niet.'
'Je weet het niet?'
'Nee. Ik bedoel - stel dat ik dat zou gaan doen, wat ik niet denk, waar blijven mijn vrienden dan?'
Roeland Betjeman slikte. 'Die doen gewoon met ons mee.'
'Hm,' zei Kees. Uit de lucht kwam donder en bliksem. 'Nou, ik weet het niet hoor.'
'Denk er alsjeblieft over na. God, man, ik sta hier te verkleumen. Mag ik alsjeblieft even naar binnen?'
'Dus je zegt dat onze redactie bij die van jullie moet komen,' zei Kees, zonder in te gaan op Roelands smeekbede om te schuilen.
'Jullie moeten niks. We vragen het jullie.'
'Dat zie ik niet zo zitten. Een paar van mijn vrienden zien sommige van jullie redactieleden niet zitten. Mijn beste vriend zegt dat die Mieneke een domme koe is en dat hij niet met haar in een ruimte wil zitten. Wat ik me trouwens erg goed kan voorstellen.'

Roeland Betjeman slikte. 'Dat is goed', zei hij. 'Daar valt over te praten. Dat is voor ons een enorme klap, maar er valt over te praten. In ruil daarvoor zou ik dan willen bedingen dat ik, ter wille van de continuïteit, hoofdredacteur blijf.'
Kees glimlachte. Later vertelde hij me dat hij zin had Roeland keihard in zijn gezicht uit te lachen. Hij deed het alleen niet om het plezier te rekken. 'Nou, heb het er maar eens over met die suffe redactie van jou.'

6
De redactie van Monotoontje was, zoals gewoonlijk de laatste tijd, verdeeld. Natuurlijk, er bleven een of twee redactieleden vierkant achter hem staan, maar die zeiden dat met zoveel bravoure dat Roeland, nog hoestend van de kou die hij in de regen had opgelopen, er niet zeker van kon zijn of hij hen kon vertrouwen. Er werd besloten Kees en zijn vrienden toe te laten tot de redactie. Mieneke nam huilend, schreeuwend, briesend, asbakken gooiend afscheid. Kees zou in naam assistent-hoofdredacteur worden, maar in feite volledige zeggenschap over de inhoud krijgen.

Al tijdens de eerste vergadering vond Kees dat Roeland procesvertragend werkte, en unaniem werd besloten dat Roeland zich maar een tijdje niet met de schoolkrant moest bemoeien. Dat brak Roelands hart. Hij had zich vanaf het begin enorm ingezet voor de schoolkrant, had Monotoontje van een doorsnee schoolkrantje succesvol tot een intellectueel hoger peil gebracht en nu werd hij de laan uitgestuurd. Het greep hem zo aan dat hij stopte met de school en zijn studie afmaakte in een kleinere stad. Later deed hij iets in de lokale politiek, waarbij hij een vrij kleurloos bestaan leidde.

Er kwamen twee nummers uit van het vernieuwde Monotoontje met de nieuwe redactie. Daarna was de lol er voor Kees af. Op de een of andere manier kon hij de geest niet terugvinden die ze in DE BREKER hadden aangeroepen. Monotoontje stierf een zielloze, onopgemerkte dood. De school pakte de draad weer op, de studenten waren de gebeurtenissen al gauw vergeten en voor zover er draden waren blijven liggen, werden die weer opgepakt. Als er, na een paar maanden al, onder de radiatoren van de kantine een snipper papier werd gevonden, wist niemand meer waar die van was. Alles bleef bij het oude. Niemand miste de schoolkrant.

Alleen de sfeer op school was op de een of andere manier voorgoed wat grimmiger geworden.

Monotoontje - deel 1
leestijd: 7 min

1
Mijn vriend, die ik Kees zal noemen, was geen groot lezer en geen groot schrijver. Maar hij was brutaal, had een vlijmscherp gezicht, hij kon onverbiddelijk door je heen kijken en was de enige die zich in die tijd kon veroorloven als student met een hoed op school te verschijnen, wat in die tijd ondenkbaar was zonder je belachelijk te maken. Het was een nette grijze hoed met een bruin lint. Voor de rest droeg hij gewoon een spijkerbroek en een vaal bomberjack. Als hij in de klas zat, zette hij de hoed af en zette die naast hem op de tafel. Als hij de klas verliet, zette hij die weer op.

Kees wilde graag lid worden van de redactie van de schoolkrant, Monotoontje. De naam was afgeleid van de schoolclub, die de afkorting droeg van Meer Ontspanning Na Onderwijs. Monotoontje was een prima blad, dat zowel door docenten als studenten graag werd gelezen. De redactie bestond uit intelligente, scherpzinnige jongens en meiden. Ze gaven blijk van inzicht over wat er op de school gebeurde, konden de zaken goed duiden en verklaren en ze konden soms zelfs iets op een milde manier op de hak nemen. Af en toe mochten de redactieleden op etentjes van de docenten komen. Dat was altijd beschaafd gezellig.

De redactie zag Kees eerlijk gezegd niet zitten, maar kon hem statutair niet weigeren. Dus mocht hij meedoen aan de vergaderingen, mocht zelfs af en toe wat zeggen, waar dan even om werd gelachen, maar zijn artikelen werden nooit geplaatst. Er zaten te veel fouten in en ze werden ook een beetje nietszeggend gevonden.

Toen zijn schrijfsels voor de vijfde maal werden geweigerd kreeg hij er genoeg van. Vanaf dat moment kwam het werkelijke genie van Kees naar boven. In plaats van bij de pakken neer te zitten, deed hij het volgende: hij verzamelde wat vrienden om zich heen, mensen die wel konden spellen, maar die ook goed waren in het slopen van bushokjes, wandelstokken onder de handen van bejaarden wegschoppen en het leeg laten lopen van docentenfietsbanden. Hij trakteerde ze op koffie, wisselde moppen met ze uit en sloeg ze veelvuldig op de schouders. In die tijd zag je die hoed van hem in het midden van gemeen grijnzende jongens zitten. Serieuze studenten, waaronder de redactie van Monotoontje, keken er mild spottend naar. 'Sjors en de rebellenclub', zeiden ze grinnikend.

Maar daarmee deden ze Kees te kort, zoals ze later zouden ondervinden. Want daar zat geen onschuldige, naïeve rebellenclub, daar zat niets meer of minder dan hun eigen ondergang.

2
Op de redactietafel lag een grote, geopende envelop 'Aan de redaxie'. De inhoud van de envelop, een reeks artikelen en tekstbijdragen, lag over het blad verspreid. Aan de ene kant van de tafel zaten hoofdredacteur Roeland Betjeman en de andere redactieleden. Aan de andere kant zat mijn vriend Kees in zijn eentje, met zijn onafscheidelijke fedorahoed naast zich. Hij grijnsde onophoudelijk, ondanks de ernst van de situatie. Iemand die hem kende zou hem nog nooit zo in zijn element hebben gezien als nu.

Het was niet niks. De artikelen waren in één bierdoordrenkte avond bij elkaar geschreven door Kees en zijn vrienden. In het ene werden de seksuele uitspattingen van de directeur beschreven, in het andere onthuld dat de kantinebeheerder in de soep piste die hij in de pauze uitdeelde, in weer een ander artikel werd het drankgebruik van de leraar aardrijkskunde Van Lier aan de kaak gesteld (Moet de naam van Evert van Lier uitgesproken worden als Jenever en Bier?). Dat van de kantinebeheerder was niet helemaal waar, maar de rest was niet helemaal een leugen.

'Wat moet dit voorstellen?', vroeg Roeland Betjeman, die door de artikelen bladerde alsof het vieze doekjes waren. 'Wat wil je hier nou toch mee?', piepte Mieneke, die cultuur deed.

'Gewoon', zei Kees 'Ik zou graag willen dat je deze interessante artikelen, die in het belang zijn van deze school, in Monotoontje plaatst.' 'En jij denkt dat we dat gaan doen!' 'Ja, dat denk ik. De studenten hebben er recht op dit te weten. Wat is er mis mee? Zitten er te veel taalfouten in?'

'Dat niet', moesten ze toegeven, 'Het gaat om de inhoud.'
'Hoe bedoel je? Is het te nietszeggend?'
Nee, dat was het ook weer niet.
'Is het dan niet waar?'
'Het is overdréven!'
'Maar is het niet wáár?!'
'Dat van die soep is niet waar', zei Mieneke (cultuur) na een korte stilte.
'Dan heb je die zeker nooit geproefd', grinnikte Kees. Een of twee redactieleden grinnikten onwillekeurig met hem mee.

Kees ging breeduit zitten. Hij balanceerde zijn hoed op zijn vingers. 'Maar Roeland. Weet je dan niet wat satire is? Het is een geintje man! Sinds wanneer heb je geen gevoel voor humor?'
'Dit zijn geen grapjes', zei Betjeman, 'dit is pesterij. En dat is niet hetzelfde. Denk je dat ik satire niet kan waarderen? Seth Gaaikema en zo?'

Seth Gaaikema was een sympathieke man, die grappen verzon die op de een of andere manier de plank nét missloegen, maar wel aantrekkelijk werden gevonden door een groot publiek. Hij had geen verkeerder voorbeeld kunnen noemen.

'Hm', zei Kees peinzend. 'Dus jullie plaatsen deze relevante artikelen niet?'
'Geen sprake van', zei Betjeman. 'Maar mocht je ooit een echt serieus artikel schrijven, dan plaatsen we die met alle soorten van genoegen.'
'Oké', zei Kees. Hij zette de hoed stevig op zijn hoofd, raapte de artikelen bij elkaar en verliet het redactielokaal. Terwijl hij de redactieleden achter zijn rug opgelucht hoorde ademhalen, zag hij zijn vrienden op de gang, die ongeduldig op hem stonden te wachten. 'We kunnen!', riep hij. 'Joepie!', riepen zijn vrienden. Dit was nog eens iets anders dan vechtpartijtjes uitlokken in de kroeg en aardige, hardwerkende kassameisjes hardop in hun gezicht boeren.

3
De wanden van de gangen van de Pedagogische Academie in Appingedam boden een bijzondere aanblik. Tientallen groepjes studenten keken ernaar; opgewonden, geamuseerd en soms blozend. Er waren affiches in de vorm van kranten of kranten in de vorm van affiches tegenaan geplakt. De muurkrant heette DE BREKER. Zag er vrolijk uit, met heel veel leuke plaatjes en korte teksten. Maar het was de aanhef die voor het meeste rumoer zorgde:

MONOTOONTJE CENSUREERT!

Monotoontje, onze schoolkrant, heeft jarenlang zijn laffe gang kunnen gaan met de gebruikelijke brave flutverhalen. Dat we wel eens iets willen lezen in plaats van in slaap vallen komt niet in ze op. Natuurlijk niet, want de redactieleden kiezen elkaar uit en houden elkaar de hand boven het hoofd. Relevante artikelen worden natuurlijk geweigerd. Vandaar dat hier het echte schoolnieuws staat. Lees DE BREKER!

En daaronder de hoogst vermakelijk geschreven artikelen over uitspattingen, drankzucht en urinesoep. Studenten lazen ze hardop voor om de lachers op hun hand te krijgen. De kantinebeheerder bleef die dag met zijn soep zitten en begreep niet waarom hij ineens zo gemeen werd aangekeken door de studenten.

'Belachelijk', moet Roeland Betjeman hebben gedacht. 'Een kind kan zien dat dit niets te maken heeft met objectieve journalistiek. Dit is gewoon pure laster.' Een dag later hing er een kleinere muurkrant naast DE BREKER, afkomstig van de officiële Monotoontje-redactie. Die toonde zich van zijn sportieve kant, waardeerde de humor, maar 'met objectieve journalistiek heeft dit natuurlijk niets te maken. De lezer is verstandig genoeg dat te onderkennen.' Overigens ontkende Monotoontje dat er censuur werd gepleegd. 'Wij plaatsen alle volwassen bijdragen', besloot het artikel, dat overigens nauwelijks werd gelezen.

Mijn vriend Kees verzon daarop een meesterzet. Zijn vrienden werkten het verder uit. Hij beschreef de pretfeestjes en lekkere etentjes van de redactieleden met de docenten, dikte het een en ander nog wat aan: (Zalm en Kaviaar voor de Monotoontje-redactie; de rest Urinesoep) en kopte:

MONOTOONTJE OBJECTIEVE JOURNALISTIEK?
ME REET!

De kantinebeheerder meldde zich huilend bij de directie van de school. Roeland Betjeman had een onderonsje met de directeur. 'In alle redelijkheid - Dit gaat zo toch niet?' en de zaak werd in de docentenkamer op democratische wijze aanhangig gemaakt. Sommigen wilden de muurkrant weg laten halen. De docent wiskunde en Duits waren daar de voorstander van. Anderen vonden dat onverstandig. 'Daarmee krijgen ze het gelijk aan hun kant!', wierp de docente biologie tegen. Over haar werd gezegd dat ze iets met een collega heeft gehad, wat niet waar was, maar ook niet onwaar. 'Maar als we die jongens hun gang laten gaan, ontwricht het de hele school.'

'Nee, dat doen we juist als we het domweg verbieden! Dan weten ze meteen uit te buiten en zo!'
'Ach', zei een oudere docent. 'Het zijn kwajongensstreken. Ze houden er gauw genoeg mee op.'

Omdat alle standpunten hout sneden en omdat beslissingen democratisch werden genomen, lieten de docenten de zaak voor wat het was en gingen naar huis. Het was weekend.

6 november: de school zinderde. Dit was de dag dat dat de nieuwe Monotoontje verstuurd zou worden naar alle leerlingen en docenten. Maar de muurkrant, DE BREKER, had weer een nieuwe aflevering, weer vol flauwe grappen en ongeverifieerde beschuldigingen (De lerares biologie heeft al drie maanden niet geneukt, hoe geloofwaardig ben je dan als docent biologie?). Het hoofdartikel echter was een oproep:

ROEP HONGER EEN HALT TOE!
VERSNIPPER MONOTOONTJE!

De redactie riep op voor een oud papier-actie ten gunste van de arme kindertjes in Afrika (DE BREKER doet iets tegen de honger, Monotoontje eet KAVIAAR). Men vroeg de studenten de schoolkrant, die toch niet werd gelezen, de volgende dag mee naar school te nemen en door een van de vier papierversnipperaars te halen, die door Arjen, een van de vrienden van Kees wiens vader een kantoorboekhandel had, ter beschikking zou worden gesteld.

Roeland liep woedend op Kees af, toen hij het las. 'Dat kun je niet maken', brieste hij.
'Waarom niet?', vroeg Kees.
'Heb je dan helemaal niks over voor de hongerende kindertjes in Afrika?'
'Ik heb het over wat jij aan het doen bent.'
'Ik doe iets voor de hongerende kindertjes', zei Kees en liep weg.
Mieneke (cultuur) kwam bij hem staan en zei troostend: 'Ach, Roeland. Monotoontje versnipperen? Zo gek zijn de mensen toch niet?'

Lees volgende week deel 2, waarin Kees zijn werk afmaakt.

Wat doen we met de Chinees
leestijd: 4 min

'Wat doen we met de Chinees?' vraagt Bernhard.
Van Bernhard kun je alles verwachten. Nu heeft hij het weer over een Chinees.
'Welke Chinees?' vraag ik, 'Gaan we chinees eten?'
'Ik maak geen grapjes.'
'Sorry. Ik heb geen idee waarover je het hebt.'

Bernhard, op de toon van iemand die het nog één keer uitlegt, terwijl dit toch echt de eerste keer is dat hij het ter sprake brengt: 'Er worden blijkbaar journalisten gevangengezet in China. Daar wordt een actie voor op touw gezet. Onder andere met hulp van Human Rights Watch. Als we bij onze absurdistische poëzieclub daar wat aandacht aan besteden kunnen we wat geld krijgen.'
Bernhard heeft zijn eigen manier om over concrete zaken te spreken. In plaats van 'vier en dertig Chinese journalisten' zegt hij 'De Chinees', en dat moet ik dan maar begrijpen.
Ik voel me een beetje misselijk.

We zitten in de Douwe Egberts van Utrecht. Ooit was het een gezellig familiebedrijfje met matige koffie en een glimlach, maar nu is het een Douwe Egberts. Het is het jaar dat bedrijfsconcepten conceptbedrijven worden.
Ik heb de de dag ervoor ruzie gemaakt met mijn vrouw.
'Het gaat heel slecht in Japan,' heeft ze gezegd.
'Nou en?' had ik willen zeggen. Ik had het langs me heen willen laten gaan, het hele wereldgebeuren. Japan wordt getroffen door een tsunami. We zagen op televisie een filmpje van de laatste seconden van een hond die de longen uit zijn lijf rende, vlak voordat hij door een enorme moddergolf werd overspoeld.
Alles gaat de verkeerde kant op.
Generaal Khadaffi, verloren gewaand, zit nu ineens weer stevig in het zadel. Trots spreekt hij zijn trouwe volgelingen toe. Egypte heeft in grote politieke handelingen, die later bekend zullen staan als de Arabische Lente, zijn dictator weggestuurd, maar is nu stuurloos omdat er niemand is om het machtsvacuüm te treden.

'Die kerncentrale in Japan houdt het niet,' zei mijn vrouw.
'Ik wil dit niet meer weten,' heb ik geroepen. 'Ik wil me verdomme geen zorgen meer maken. Zo wil ik niet met de dingen omgaan!'
'Hoe wil je dan met de dingen omgaan?'
'Niet door voortdurend in de treurstand te vervallen. Treurnis is zo onproductief.'
'Wat wil je dan?'
'Ik ken die mensen niet eens. Ik kan alleen iets met mensen die ik ken. Ik kan het lijden van iedereen niet aan. Het is onbegonnen werk. Bijvoorbeeld dit al: Als je je het lijden van één groep personen aantrekt, is het onmenselijk oneerlijk tegenover alle anderen die óók lijden! Als ik me inlaat met alle lijden in de wereld hebben ze mij als slachtoffer erbij! Waarom val je me altijd lastig met deze treurverhalen?'
'Ik kan niet anders,' heeft mijn vrouw gezegd, 'zo zit ik nu eenmaal in elkaar.'
Bij het afrekenen kom ik erachter dat koffie van een conceptbedrijf stukken duurder is dan dezelfde koffie van een bedrijfsconcept.

Vanochtend vroeg op de radio vraagt een journalist aan de uit Iran afkomstige schrijver Kader Abdolah of de veelbelovende Arabische Lente niet als verloren moet worden beschouwd. Dat de vrolijke opstanden zelfs een negatief effect hebben.
'Maak je niet druk,' antwoordde Kader Abdolah, 'Dingen gaan altijd anders dan je denkt.'
Dat is ook weer waar. Na die vreselijke President Bush hebben we toch maar mooi Obama. Wat de toekomst ook moge brengen, het zal slecht gaan met de dictaturen. Het volk laat zich niet langer dom houden. De wereld verandert, en gelukkig ook ten goede.

'We doen iets met een Chinees,' zeg ik plompverloren tegen Bernhard, 'en we strijken onze vijftig euro op.' Met absurdistische poëzie kun je alle kanten op.
Als we naar buiten lopen voel ik een snuifje voorjaar.

Sponsoren

banner-eigenzinnig-600px.jpg

Jan Veldman (Doodstil, 1959). Theaterauteur, liedjesbakker, podiumbeest. Bier, jenever, zware shag. Leugenaar. Woonachtig in het westen des lands.