Goedemiddag
leestijd: 3 min

Vrijdagmiddag word ik opgenomen in het ziekenhuis. Maandag wacht mij een zware operatie. Ik voer verschillende gesprekken op de verpleegafdeling longziekten en word daarna naar mijn kamer gebracht. Een mooie ruime kamer die ik met drie andere patiënten deel. Meteen rechts van de deur ligt een zwaar kuchende man in zijn bed. "Ik zal me maar meteen even voorstellen, mijn naam is José" en ik geef hem een hand.
"Otto", antwoordt de man.

De verpleegster loopt voor mij uit naar het bed naast dat van Otto. Ik kom lekker bij het raam te liggen en pak mijn weekendtas uit. Tegenover mij aan de raamzijde ligt Trea. Zij is ongeveer van mijn leeftijd en belandde op de longafdeling nadat ze heftige astma aanvallen had gehad. Trea is goedlachs en vriendelijk. Zij informeert naar mijn aandoening en toont daarbij empathie. "Wie wil hier nou zijn, niemand toch?" Soms heb ik gewoon behoefte aan een tegeltjeswijsheid en ik voel dat ik daarvoor bij Trea terecht kan.

Diagonaal vanuit mijn bed gezien ligt een Surinaams-Hindoestaanse man. Hij is klein van stuk, draagt een dun blauw trainingsjack en kijkt wat verbaasd voor zich uit. Ik loop ook naar hem toe: "laat ik me even voorstellen. Ik ben José".

"Goedemiddag!"

"Ook goedemiddag", zeg ik en herhaal nog een keer mijn naam. "Goedemiddag" herhaalt hij.
Ik word door verpleegsters, bloedprikkers, en ander medisch personeel bezocht in mijn hoekje bij het raam, word uitgebreid gemeten en gewogen totdat ik een paar uur later met weekendverlof word gestuurd. Ik neem afscheid van Trea en de inmiddels flink kuchende en rochelende Otto en waag nog één poging bij mijn diagonale kamergenoot die inmiddels in een andere vreemde bocht op zijn bed ligt. Ik steek mijn hand uit en noem mijn naam.
"Goedemiddag!", klinkt het opnieuw.

Zondagavond keer ik terug in het ziekenhuis. De timing is goed want tegelijk stapt een bloedprikker de vierpersoonskamer binnen. Er wordt niets aan het toeval overgelaten in de aanloop naar de ingreep die ik zal ondergaan. Ik begroet Otto die zich helaas niet zo goed voelt en maak een hartelijk praatje met Trea bij wie de astmamedicatie goed lijkt aan te slaan. De man die wij inmiddels grappend Goedemiddag noemen is in geen velden of wegen te bekennen.

Ik neem afscheid van mijn vriendin en onze zoon die mij geluk en succes wensen. Even later lig ik op bed, lees wat en kijk een beetje televisie. Na een poosje kijk ik op en zie op het bed schuin tegenover mij de kleine Goedemiddag liggen. Hij kijkt opnieuw wezenloos voor zich uit. Ik probeer niet eens meer contact te maken. Het is wel goed zo.

Maandagochtend word ik veel vroeger wakker gemaakt dan mijn kamergenoten. Een fluisterende verpleegster helpt mij in mijn operatiehemd en geeft mij een stevig kalmeringsmiddel. Ik ben nerveus voor wat gaat komen en ben blij met dit roesmiddeltje.
Ik moet van de verpleegster nog naar het toilet zodat straks de blaas goed leeg is. Op kousenvoeten sluip ik naar de WC en bemerk tot mijn verbazing dat de kleine Surinaamse man op de rand van zijn bed zit en iets met zijn phone doet. Als ik weer van het toilet terugloop naar mijn bed schreeuwt hij keihard:

"GOEDEMORGEN!"

Ruim vier uur later word ik wakker op de Intensive Care en krijg ik te horen dat succesvol een tumor ter grootte van een golfballetje uit mijn long is gehaald.

Deel dit verhaal
Sponsoren

banner-eigenzinnig-600px.jpg

José Cutileiro (Lissabon, 1959). Inktkoelie. Speelde sinds 1980 in vele bands die het net niet gemaakt hebben. Ambieert als schrijver dat ‘net niet’ te laten vallen.