- Ga even zitten, Jan, zei ze, je vriendje komt er zo aan.
Ik deed wat mij gezegd werd en ging aan de keukentafel zitten. Intussen sneed Hans' moeder een stapel schollen de kop af. De koppen veegde ze met het mes direct vanaf het snijbord in de afvalemmer naast het aanrecht.
Op school had de meester eerder verteld dat de schol een platvis is, waarvan beide oogjes aan de ene kant zitten. Wat een verschrikkelijke misvorming! Ik sidderde al van die gedachte tijdens de klas.
Nu zat ik zo aan de keukentafel dat ik net iets van het kopje van de volgende schol kon zien, rechts van de taille van Hans' moeder. Er waren inderdaad twee vreemde ophopinkjes, die de ogen leken te zijn. Niet symmetrisch zoals bij Han of bij mij, meer een ratjetoe, natuurlijk vooral zo omdat er geen neus tussen zat.
Daar ging weer een kop eraf. Die plofte direct in de afvalemmer. Net als de ingewanden die Hans' moeder vervolgens in een vloeiende beweging uit de schol sneed. Dat was allemaal wit en zag eruit als snot. Het was vies, maar dat was niet het meest huiveringwekkende aspect van dit tafereel.
Het was steeds weer die kop die er zo rücksichtslos vanaf werd gesneden. Het kwam mij voor als het meest vreselijke einde van het bestaan. Dat kop en lijf zo definitief van elkaar gescheiden worden. Ik voelde dat ook bij de tv-serie over de Franse Revolutie op tv, waarvan de hoofdrol werd opgeëist door de guillotine op een groot plein in Parijs. Steeds weer trok ik de col van mijn trui tot over mijn gezicht zodra de volgende executie zich aandiende. Natuurlijk lieten de programmamakers niets van de onthoofding zelf zien, maar de geluiden van het met een blok verzwaarde mes dat naar beneden gleed en het hoofd dat even later in de mand viel, waren al erg genoeg. Ik wou het niet zien en toch bleef ik voor de tv zitten, met de ogen bedekt.
Zo ook hier in de keuken van Hans moeder die nog steeds een aanzienlijke serie schollen moet prepareren voordat ze kunnen worden gebakken. Ik bleef daar maar zitten terwijl ze de ene na de andere schol de kop afsneed. Gelukkig kon ik het tafereel niet volledig zien, aangezien ik achter haar zat. Maar ik hoorde het wel. En ik zag ook hoe weer zo'n koppie - ooit het centrale brein van de vis - nu als afval in de emmer verdween.
Volgens Opoe Kappen waren de schollen zelf ook niet mals. Vaak lagen ze onder het zand op de zeebodem om zich heen te loeren. Dat deden ze met die rare oogjes op één zijde van hun lijf. Alles wat ook maar even bewoog op de bodem van de zee - zoals van die kleine, schattige, witte babykrabjes - werd door platvissen zoals de schol onverbiddelijk opgegeten.
Ik kreeg daardoor nóg minder zin om vis te eten.
Han was inmiddels ook in de keuken. Hij had zijn jas al aan. Het was tijd om naar buiten te gaan, om op straat te spelen. Dat wilde ik ook, maar ik treuzelde. Liever bleef ik nog even zitten. Hans' moeder had nog maar vijf scholletjes te gaan.


