De hand van de duivel
leestijd: 3 min

Ahtopol was in 1995 een vervallen badplaatsje aan de kust van de Zwarte Zee. Na de val van het Bulgaarse communisme was er nog weinig veranderd, al draaiden ze Neneh Cherry en Fela Kuti in de discotheek. X. en ik hadden het wel gezien na twee dagen in een aftandse vakantiehut op het complex van een failliet metaalbedrijf. Voordat we op de bus gingen, namen we nog een snelle snack - X. een broodje hamburger, wat ik nam, weet ik niet meer. Een bus en een trein later stonden we in Jambol, een stad in de vlakte in het midden van het land.

We wilden naar de oude hoofdstad Veliko Tarnovo. Vanaf Jambol namen we een klein personenbusje naar het noorden. Het busje werd volgepropt met een Roma-gezin, een paar gewone Bulgaren en ons. Een gewoon-Bulgaarse vrouw sprak ons aan met de woorden: 'Ik schaam me zo dat jullie dit moeten zien!' Ze bedoelde de Roma. Wij hadden niets bijzonders gemerkt, maar in Bulgarije ligt dat heel gevoelig. Onze nieuwe vriendin moest naar een dorpje in de uitlopers van het Balkan-gebergte en ze vroeg ons te komen logeren. Volgens haar zouden we die dag toch niet verder komen. X. en ik houden niet zo van dat soort spontane dingen, en het zou blijken waarom.

In het dorp Mokren was de ontvangst hartelijk. Het huis was gedeeltelijk net nieuw, en voor een ander deel nog niet meer dan een skelet. In Bulgarije bouwen mensen zelf hun huis. Onze vriendin ging met de maaltijd aan de gang en de heer des huizes was nog even bezig. Om ons iets te doen te geven, zette hij een video op. Het ging over wonderbaarlijke genezingen door gebedsgenezers in Afrika. De film heette 'A Blood-washed Africa'. X. en ik zijn eerder atheïstisch, dus we keken vol verbazing naar de extatische massabijeenkomsten.

Toen de film was afgelopen, kwam onze gastheer er opnieuw aan. Hij haalde de video uit de speler en stopte er een nieuwe in met de woorden: 'En weet je wat nou zo leuk is? Hier in Bulgarije gebeurt precies hetzelfde!' We maakten ons op voor nog een lange zit. X. en ik zijn nogal beleefd aangelegd. Bovendien konden we nergens heen. De nieuwe video was minder professioneel gemaakt en de massabijeenkomsten waren een stuk kleiner. Maar hij duurde minstens even lang en er werd wel degelijk wonderbaarlijk genezen. In de genezer herkenden we onze eigen gastheer.

We waren blij toen we konden gaan eten. De maaltijd vond plaats in een ander huis in de buurt, waar de ouders van één van de twee woonden. Het eten werd bij het vallen van de schemering in de tuin geserveerd, en we maakten ons op voor een geleidelijke normalisering van de situatie. Opa en oma leken vriendelijke en praktisch ingestelde mensen. Hoe ze tegenover het evangelie stonden, konden we niet vaststellen. Na een paar happen keek X. me ontsteld aan, ze ging met haar hand naar haar mond en zei: 'Ik moet kotsen!' Daarna vloog het braaksel over haar bord en de tafel. De hamburger uit Ahtopol was toch verkeerd gevallen.

Onze disgenoten schrokken erg. Opa en oma schrokken in de normale betekenis van het woord. Met onze vriendin en haar man was het erger. Zij waren diep geschokt. De maaltijd werd direct afgebroken. Oma bracht ons naar een ruimte in de ruwbouw van het huis van onze vrienden. Daar konden we slapen op een matras op de grond. X. was zo ziek als een hond.

De volgende dag konden we nog niet weg. Oma bracht ons eten en drinken. Ze sprak geen woord over de grens, maar de goedhartigheid droop er af. Pas na de tweede nacht konden we verder, met de bus naar Veliko Tarnovo. We zouden onze vrienden zelf tijdens de rest van ons verblijf in Mokren niet meer zien. Achteraf bedacht ik me, dat een zo fundamentalisch-evangelisch echtpaar in het overgeef-incident wel de hand van de duivel moeten hebben gezien.

Deel dit verhaal
Sponsoren

banner-eigenzinnig-600px.jpg

Yde van der Burgh (Den Haag 1959) is met de Groninger filosoof Henk de Weerd het duo achter henkenyde.blogspot.com. Was oprichter en redacteur van het legendarische Groningse licht-literaire blad ‘Zondagsrust’ (1981-1995). Schrijft columns, liedjes, blogs en ook langere verhalen, die hoogst zelden afkomen.