De sportschool
leestijd: 3 min

"Weet je al wat je straks met je vrije tijd gaat doen?" Ze zat aan de zijkant van mijn bureau, het grote scherm van de computer half naar haar toegedraaid. Ik ging de helft van mijn taken overdragen. Een halfjaar lang hadden we elkaar tweewekelijks gesproken. Vandaag was ik bezig geweest met het opschonen van de bestanden, over een week was het september, dan zou ze beginnen. Ze had er zin in, had ze gezegd.

We kenden elkaar ruim twintig jaar. Ik had haar een aantrekkelijk curriculum zien opbouwen. Ze was pas veertig. Er lag nog minstens half continent voor haar uitgestrekt, voordat haar levensrivier in de oceaan van vergetelheid zou stromen. Zelf was ik die kust dichter genaderd. 
Zestien jaar geleden was ik een bedrijf begonnen. Het bedrijf groeide, maar ik wilde meer tijd voor mezelf. En voor de langere termijn was het fijn om een opvolger in huis te hebben. Mijn vrouw had me daarvan overtuigd. Dat was na een stressvol jaar, met gedoe op het werk, het overlijden van mijn vader en een corona infectie. Vooral die corona hakte erin. 'Voor nu ging het goed,' had mijn vrouw gezegd. 'Maar hoe doe je dat over vijf jaar, als je vijfenzeventig bent?' Mijn vrouw was mijn uitlaatklep, ze dacht ook aan zichzelf. Ze had volkomen gelijk.

'Interesses genoeg,' zei ik tegen mijn nieuwe collega en noemde er een paar. Dat kwam later vast. Het leven begint met loslaten maar ik wilde er maar half aan. Een eigen bedrijf runnen was één van mijn hobby's. Ik voelde deernis voor mensen die reikhalzend naar hun pensioen gleden, zich verheugend op hun camper, freewheelend op zo'n lullig stukje beton bij een oud stadje elders, de vergankelijkheid in het kwadraat.

'Je moet een lijst maken met dingen die je echt wil doen. En dan hupsakee, aan de slag ermee!' Ze draaide wat op haar bureaustoel bij mijn bureau en lachte erbij, het was eigen ervaring. Toen een eerdere relatie stopte, en haar vriendinnen druk waren met hun kindjes, zat ze op een avond zomaar alleen thuis, op de bank, en dacht: 'Tsja, en wat nu?' 

Ik schreef me nog diezelfde dag in bij een sportschool. Soms heb ik een schop onder mijn kont nodig. 
Ik dacht aan mijn vader, die ik bewonderde, en die vorig jaar overleed, bijna achtennegentig. Pa bleef fietsen en wandelen tot ver in zijn negentigste. Hij volgde het nieuws, was ruim in de tachtig alsnog op zijn telefoon die hij van een kleindochter kreeg, digitaal gegaan. Ophouden stond niet in zijn woordenboek. Ik moest op z'n minst net zo oud worden als pa. Vanaf je dertigste begint het verlies aan spiermassa, las je op Facebook, LinkedIn en de nieuwssites. 

Een paar dagen later, terwijl de vier-en-een-half-miljard-jarige zon weergaloos door het hemelsblauw paradeerde, fietste ik iets na het middaguur naar het langgerekte gebouw aan de Duinkerkenstraat, op de hoek bij de Helperzoomtunnel onder het spoor. JPT lifetyle stond er op de gevel. Ik had ik het goedkoopste abonnement genomen, met onbeperkt toegang en maandelijks een half uur persoonlijk advies.  

Op de loungebank in de kantine zat een kort gekuifde dertiger, met een laptop op schoot. Uit een zwart shirt met bedrijfslogo staken stevige bovenarmen. 
'Ben jij Kommer?' vroeg ik en stelde me voor. Kommer zou me de werking van de apparaten demonstreren en daarna een oefenschema maken. 

We liepen de hal in. Op een zwart geschilderde muur stond in kapitale letters "Find your limits. Then break them." Door het woord "break" liep een scheur. Langs de muur stonden zwarte machines opgesteld, als zielloze Starwarssoldaten in slagorde, met stalen uiteinden. Er sjouwde een man met een gele schijf die hij op zo'n glimmend uitsteeksel schoof, daarna deed hij er een groene schijf bij.

Verderop duwde een jonge vrouw in een strakrose pakje met haar benen de uiteinden van een apparaat uit elkaar. Even later liep ze met haar perfect ronde oliebollenbillen naar een ander apparaat. Een dikke man maalde hoog op een fietsapparaat de pedalen rond. Verder was er niemand.
'Wat is het hier ruim en rustig.' Ik gebaarde om me heen. Hoog in de hal zat een rij ramen. Kommers glimlach had iets voldaans.

'We zijn duurder dan Basicfit. Maar hier heb je geen overvolle zaal zwetende studenten.' Dat had ik gelezen in de reviews op de website van Basicfit, die op het Helperplein. Ik had ook foto's met een laag systeemplafond gezien.
Kommer zette me aan het werk op het eerste apparaat. Drie setjes van 12 herhalingen, die lange Kommer met zijn hardloper postuur voor mij aftelde. Tussen de setjes mocht ik even pauzeren. 
'Ik heb ruim vijfentwintig jaar hardgelopen,' zei ik, toen ik klaar was met het eerste apparaat, drentelend om de spieren te ontspannen. 'Mijn vrouw zette me ertoe aan toen ik veertig werd. Ik maakte veel uren op mijn werk en had ik soms te maken met stress. Dat was niet erg. Dat hoorde erbij, vond ik. "Je moet eens gaan sporten," zei mijn vrouw toen. 'Je zit teveel.' Kommer keek nieuwsgierig.

'Soms heb je een schop onder je kont nodig. Hardlopen! Ik vond het geweldig fijn. Als ik aan het einde van de middag uit mijn werk kwam, kleedde ik me om, trok de deur achter me dicht en begon buiten met rennen. Of net nou regende, waaide, warm of koud was. Dat interesseerde me niks. Twee keer per week. Op een vast tijdstip. Ik hoefde niet na te denken of ik wel zin had. Af en toe moet je gewoon luisteren naar wat je vrouw zegt.' Ik hield een tel in, keek naar Kommer, en ging daarna verder. 
'Mijn vrouw heeft altijd gelijk. Behalve als ze zegt dat ze het niet zeker weet.' Ik keek weer naar Kommer.

'Dan heeft ze dus nog steeds gelijk.' Kommer grinnikte. We liepen naar het volgende apparaat. Kommer legde uit, ik ging aan het werk en daarna stond ik bij te komen. 
'Soms, als ik hard liep, kreeg ik ineens zin om er nog eens lekker een schepje bovenop te doen. Zo'n dag daarna liep ik tijdens de lunchpauze op mijn werk naar de supermarkt. Hoe heerlijk strak mijn benen dan voelden! Fantastisch! Maar ik moest met hardlopen stoppen. Elk jaar, na de Viermijl van Haren naar de Vismarkt, was het raak. Pijn in de rug. Dan ging ik naar de sportfysiotherapeut. Tot mijn fysiotherapeut zei "Je kan misschien beter gaan fietsen." Ik heb een lichte scoliose, dat was beter voor de lage rugspieren. Dus kocht ik een racefiets, andere sportkleren en een rennershelm. Maar fietsen door wind en regen en kou is geen pretje. Van hardlopen wordt je vanzelf warm, van fietsen niet.' 

Kommer was anderhalf uur met me bezig. Na afloop keek hij me peinzend aan. Hij ging mij een schema sturen in de app, zei hij. 'En neem vooral een zwaarder gewicht als je er aan toe bent. Het is zonde als je spieraanwas stil staat.'  

De volgende ochtend lag ik in bed lag wakker te worden. Ik dacht aan een vliegmachine aan het begin van de startbaan, de motoren brullen, straks raast-ie naar voren. Mijn schouders, billen en benen voelden heerlijk strak. De spierpijn kwam twee weken later. 

Deel dit verhaal
Sponsoren

banner-eigenzinnig-600px.jpg

Ekke Wolters (Zuidwolde, 1953), studeerde in Amsterdam. Woont en werkt in Groningen. Wandelt, tuiniert (groenten), leest. Plezierschrijver.