Wanneer we over de gang lopen zien we Gijs in de badkamer, er licht verrassing op in zijn ogen, het is immers nog maar veertien dagen geleden. Maar we komen een week eerder. Zondag gaan we als gezin Berts verjaardag vieren. En daar, op vrijdagavond om zeven uur in staat Gijs in de grote groepsbadkamer, in zijn blauwe streelzachte velours peignoir, de harige kuiten steken in badslippers, naast hem staat A., zijn begeleider voor vanavond. A. is een vriendelijke zwarte man, als je zijn leeftijd moest schatten zou je hem rond de dertig geven. Net als Gijs, maar een kop kleiner, en steviger schouders. A's biceps doen aan sportschoolbezoek denken, de tattoos steken op zijn donkere huid nauwelijks af, lijken ze daardoor smaakvoller? A. formuleert langzaam, hij doet zijn best in een nieuwe taal. "Ik zei nog: 'Gijs, jouw mama en papa komen jou vanavond halen,'" zegt A. tegen ons met een licht verontschuldigend gebaar over de peignoir, "maar Gijs schudde zijn beslist zijn hoofd: hij wist het toch zeker! jullie komen pas de volgende week. Ik liet het maar zo." Het klinkt ruimhartig en wijs, zoals A. dat zegt. "Hij zou jullie zo wel zien." A. stal ons hart de vorige keer al, toen wij met hem hier voor het eerst zagen, en verklaarden dat Gijs zoveel begrijpt als je maar tegen hem praat, en hem zijn eigenheid gunt, en toen A. daarna beweerde dat Gijs hier de beste van het stel was. In de badkamer laat Gijs in een oogwenk de peignoir van zijn lange armen glijden en grist willekeurige een spijkerbroek uit de wasmand. A. strikt gehurkt de schoenveters vast. Onderweg naar Groningen kijkt Gijs breed lachend om zich heen naar de auto's die wij passeren of die ons inhalen, en tuurt naar de bedrijfsgebouwen langs de Groningse ring. Thuis gaat hij neuriënd met de weekendklerentas de trap op naar zijn slaapkamer. "Tààtie, tààtie, neúeh, neúeh, neúneúeh." Het gaat over in een soort schaterlach, die laat hij diep en donker van onderuit zijn keel opborrelen. Soms moet ik eraan denken, hoe een glanzend geoliede bas zijn woorden zou dragen, als Gijs zou spreken, zoals nu. Als ik hem later die avond in bed stop draait hij zich snel om in zijn favoriete houding, met een giechel schaterlach. Alsof hij zich ergens over verkneukelt. Zaterdag komt Karel. Karel wandelt al bijna tien jaar met Gijs op zaterdag: eens per zes weken bij ons in Groningen, en elke donderdagmiddag vanuit Nieuw Woelwijck. Karel koopt meestal onderweg met Gijs bij een bakker een gevulde koek. Gijs heeft nu bij ons thuis een pak met gevulde koeken gezien en alvast klaargelegd voor Karel, en als Karel eenmaal zit in Gijs z'n hoekje drukt hij ze in Karels handen: toe, maak het plastic open, dan nemen we er ieder één. Bij de koffie brengt Gijs het kopje een paar keer heel voorzichtig naar Karels mond, schiet eens op. Dan gaan de jassen aan. Ze treinen ze naar Delfzijl, ze wandelen een eind over de dijk en verorberen in het havenstadje een grote bak kibbeling. 's Middags komt David. David is sinds een jaar bevriend met Gijs. Pauline heeft hem eerst alles wat zij weet over Gijs verteld, over het autisme en over Gijs z'n dwangmatigheden. Er is geen autist hetzelfde. Daarna ging David een keer met alle andere vrienden van Gijs mee in het programma. David is bij halverwege zijn twintiger jaren, een bijna volleerde fysiotherapeut, die bokst, roeit en hardloopt. Met zijn snorretje heeft hij de looks van een jonge Clark Gable. David maakt met Gijs wentelteefjes, ze kijken naar Sesamstraat, ze bakken een appelcake, met een fractie van de appels die David schilt, want Gijs eet de helft onder zijn handen vandaan. Als David de cake in de oven schuift loopt Gijs naar de schuur en pakt de voetbal. Pauline had David de vorige keer gevraagd, "Wil je misschien eens iets sportiefs met Gijs proberen?" Gijs mag wat vaker uitgedaagd worden, vinden wij, hij ontwikkelt zich nog steeds. David had toen de bal meegenomen en al wandelend schopten ze beurtelings de bal voor zich uit, David had er een filmpje van gemaakt. Deze keer waren ze vanuit Helpman naar Haren gewandeld, bijna het hele eind met de bal aan de voet. Daarna maakten ze de stamppot klaar. Toen moest David weg van Gijs. Hij drukte hem de helft van de warme cake in de hand en toen David in de hal met de trui halverwege zijn nek nog in gesprek met Pauline bleef, trok Gijs zelf maar de trui over Davids hoofd. Gijs is de laatste weken bijzonder vrolijk, lezen we in de zorg app met de rapportages. Dat komt, zo denken wij opgelucht, omdat het dagprogramma eindelijk weer gevuld is met vier werkrondes. Die werkrondes op Nieuw Woelwijck waren grotendeels weggevallen, veel te lang naar onze zin. Er was gedoe geweest in het team. Er waren wisselingen. Er moest weer gebouwd worden aan visie en samenwerken. Soms breekt zoiets je bij de handen weer af. Zo gaan die dingen. In de zorg is het niet anders dan elders. Tussendoor verlangde het zorgkantoor ook nog eens dat er een nieuwe bewoner met heftige uitdagingen geplaats moest worden. Nieuw Woelwijck is de intensive care van de zorg. Maar jonge mannen moeten niet de halve dag in de huiskamer op een scherm kijken. Ze moeten iets omhanden hebben. Anders gaan ze klieren. Gijs gaat ordenen, zoals we dat noemen: er moeten spullen weg. Thuis lopen we geduldig naar de zwarte container buiten, bij de deur van de bijkeuken. In Nieuw Woelwijck gaat Gijs zijn spijkerbroek, trui of jas scheuren en daar blijft het niet bij, er moeten ook spullen weg of stuk op kamers van medebewoners. Gijs kan sterk zijn, heel sterk. Mensen moeten uitgedaagd worden. Mensen hebben richting nodig. Zo gaat ons innerlijk vuurtje gloeien. Zo groeien en ontwikkelen wij. Zo komt de wereld verder. Ons vuurtje moet blijven branden. "Bert is jarig, we gaan straks taart en pannenkoek eten" zegt Pauline zondag bij het opstaan. Bert is onlangs verhuisd en ze laat Gijs foto's van Berts nieuwe woning zien op haar smartphone: Bert voor het eerst met de sleutel bij de voordeur, Bert in de keuken, Bert op de bank in de kamer. Gijs veegt met zijn vinger over het schermpje van de smartphone, zoals mama doet, nòg een keer. Gijs is zeer gesteld op Bert. Na het zingen, de cadeaus en de taart gaat Bert pannenkoeken bakken. Bert praat honderd uit tegen Gijs, hoe je pannenkoeken bakt en dat je pannenkoekenmeel, melk en een ei nodig hebt. "Pak jij de melk Gijs?" Gijs weet, als Pauline het voordoet, hoe de greep op deze koelkast werkt, hij pakt de melk en helpt mee met de mixer. Gijs lacht blij naar Bert. Bert lacht naar hem terug en Gijs loopt neuriënd naar het raam aan het andere eind van de kamer en weer terug en steekt dan zijn neus in de koekenpan, daar bruint de pannenkoek. Na onze verjaardag rituelen pakken Gijs en ik de auto en wandelen we in de omgeving van Bakkeveen. "We nemen een nieuw weggetje, Gijs" zeg ik. "Dat vindt je leuk, hè. Jij bent zo nieuwsgierig." Gijs kijkt me van opzij aan, zijn ogen lachen. "Je hebt zoveel geleerd. Dat is zó knap van je". Gijs straalt naar me. We pauzeren in Waskemeer, in de Herberg. Onbekend voor ons, maar Gijs stapt onvervaard binnen, hij zoekt een tafeltje met zicht op de bar. Hij neuriet, kijkt om zich heen alsof hij hier elke week komt. Gijs giechelt weer, het parelt omhoog als bruiswater in een pas geopende fles, net als gisteravond toen hij ging slapen.


