Miss Beat 1994
leestijd: 3 min

Twee keer eerder had Jet kennisgemaakt met het opstandige vlees. Met haar blote billen in de sneeuw tijdens een schaatspartij met haar vriendje, en tijdens haar ontmaagding, die meer weg had gehad van een soort zakelijke overeenkomst.
"Ik droeg nog kniekousen onder mijn minirok, omdat ik mijn kuiten niet mooi vond. Zo leken ze iets gevulder. Mijn wat oudere achterbuurjongen Jan vroeg of ik meeging achter de dijk. Wat dat precies inhield wist ik niet, maar ik had wel een vermoeden. Ik stemde in, want als je achter de dijk was geweest, hoorde je er pas echt bij."

Jan gaf eigenlijk de voorkeur aan haar tweelingzus die wat 'volwassener' overkwam, maar die lag al achter de dijk met de jongen op wie Jet heimelijk verliefd was. Jan bood de jongen nog aan om van partner te ruilen, maar dat wuifde Jets lustobject smalend weg. Teleurgesteld liet ze zich vervolgens meevoeren naar de bosjes aan de andere kant van de dijk. En dat was officieel niet áchter de dijk. En nu bevond ze zich weer in zo'n situatie waarvan ze zich vandaag de dag zou hebben afgevraagd: 'Hoe dan?!' Er was een beatdanswedstrijd georganiseerd op haar middelbare school. Omdat Jet altijd meedanste met Penny de Jager tijdens de uitzendingen van TopPop en haar vader haar hierom de hemel in prees, durfde ze zich aan te melden als deelnemer.
"Ik droeg mijn moeders bloezende donkerrode truitje met korte mouwen, dat me wat meer volume gaf , want ik was hartstikke plat, en een zwarte rok waarop ik gekleurde vilten bloemetjes had genaaid en waar een witte Victoriaanse onderbroek onderuit piepte. En ik had een zwart flaphoedje op. Heel hip!"

De wedstrijd won ze moeiteloos. Niemand had zich ingespannen om in een bijzondere outfit aan de start te verschijnen, ze stond meteen al met 1-0 voor.
"Ik won het singletje The Israelites van Desmond Dekker dat toen geloof ik nummer 1 stond in de top 40. Het was mijn eerste plaatje ooit. Veertien was ik. En ik mocht me Miss Beat noemen."

Na afloop bleef Jet rondhangen in de kantine, de wedstrijd had 's middags plaatsgevonden en het was nog lang geen etenstijd. In het clubje waarin ze hing, bevond zich ook een ouderejaars met wie ze wel eens een praatje maakte, Karel. Niet dat ze nou zo op hem viel, maar het was een aardige, rustige jongen. Eigenlijk juist heel anders dan de door haar begeerde jongens zoals Mick Jagger van wie er een meer dan levensgroot geel met paars portret boven haar bed hing.
"Karel vroeg of ik zin had om de school te verkennen. Dat leek me wel spannend."

De lessen waren afgelopen en op de kantine na was het gebouw verlaten. Ze zwierven rond tot ze bij de gymzaal kwamen. Achter de zaal was een soort hok waarin de toestellen stonden en waar het enige licht door de openstaande deur viel. Er hing een echte gymtoestellengeur, een mengeling van talk, leer, leervet en iets ondefinieerbaars. In het halfdonker botsten ze tegen elkaar op en Karel maakte van die gelegenheid gebruik door zijn donzig besnorde lippen pardoes op haar mond te drukken. Hij liet er geen gras over groeien en duwde zijn spartelende tong tussen haar tanden, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
"Die tong dat ging nog wel, al bewoog hij wel enigszins doelloos, maar zijn adem!"

Omdat ze nauwelijks bezwaar aantekende, begon hij haar zwarte rok met gekleurde bloemetjes naar beneden te trekken, waarna de Victoriaanse onderbroek aan de beurt was. Ook haar slipje was niet veilig voor hem.

"Voor ik het wist, lag ik op de grond, op zo'n turnmat van dat stugge materiaal met zweetvoetafdrukken. Karel was een grote, stevige jongen, tegenwoordig zouden we hem obese noemen, een jaar of zestien en zijn haar begon al te dunnen. Hij had bolle kikkerogen en droeg een ouwelijke acryl trui. Dat weefsel was toen erg in, maar het ademde niet. Alsof de geur van die toestellen en matten nog niet genoeg was!"

Daar bleef het niet bij. Karel was weinig populair bij de meiden en zag zijn kans schoon. Met een hand opende hij zijn gulp terwijl hij met zijn andere hand tussen haar benen graaide alsof hij in het donker naar het lichtknopje zocht. Jet liet het zich vol verwondering overkomen. Tijdens haar ontmaagding had haar buurjongen plompverloren zijn pik in haar poes gedouwd. Het was pijnlijk noch prettig geweest, maar het had haar toch nieuwsgierig gemaakt. Ze had de potentie ervan ingezien. Karel was misschien niet moeders mooiste en hij rook verre van lekker, maar hij leek intelligent en was aardig bovendien. Hij verdiende een kans. In het halfduister kon ze zijn geslacht niet onderscheiden. Het kazige aroma vermengde zich met de rest van de geursporen tot een weinig opwindende walm. Als stevig vlees voelde het, net als zijn eigenaar, en van boven bijna vierkant. Jet vroeg zich af hoe dat bij haar naar binnen moest, want dat dat moest, hoorde ze aan Karels pompende ademhaling.
"Als je veertien bent, is er weinig nodig om nat te worden. Het maakte niet zoveel uit wat hij met zijn hand deed. Die vierkante top bleek gelukkig flexibel, maar toen hij op me kwam liggen hijgen in mijn rechteroor, voelde zijn lichaam als een dood paard. Ineens walgde ik van die debiele trui en die stinkadem en dat dunne haar. Gelukkig was hij net zo onervaren als ik en was er weinig voor nodig om hem te laten finishen."

Na afloop voelden Jet en Karel zich volslagen vreemden voor elkaar en stokte het gesprek bij: 'Het is al bijna etenstijd.' Karel voelde zich een man, hij had een meid bezeten. Jet voelde zich vies en teleurgesteld en verlangde naar een beste vriendin met wie ze dit kon delen en aan wie ze raad kon vragen. Met haar tweelingzusje maakte ze veel ruzie. Die zou haar ook niet begrijpen, die was veel volwassener dan zij en deed het alleen met jongens van haar keuze. Jet hoopte maar dat Karel niet zou gaan opscheppen en haar naam zou noemen. Wat een vernedering zou dat zijn voor Miss Beat 1994. Ondanks dat was er iets in haar wakker gekust, een prettig soort honger die gestild moest worden. Het zou toch nog een paar jaar duren voordat ze ontdekte dat ze daar niet per se een man bij nodig had.

Deel dit verhaal
Sponsoren

banner-eigenzinnig-600px.jpg

Tjitske Zuiderbaan (Zwolle, 1955). Chroniqueur gedreven door liefde en aanverwante ellende. Schrijft korte verhalen waarvan zij hoopt dat niet al te veel lezers zich erin zullen herkennen. En toch ook weer wel.